< Terug naar Nieuws
2/15/2010
Joop Vorst: Van manager tot wetenschapper
In september 2009 is Joop Vorst gepromoveerd aan de Universiteit van Eindhoven. Samen met Business School Nederland blikt Joop terug op de afgelopen jaren. Hierin is hij van manager uitgegroeid tot wetenschappelijk onderzoeker. Dr. prijkt nu voor zijn naam. Aan de achterzijde wordt deze nog eens opgesierd met DBA, de titel die hij eind 2007 behaalde bij BSN.
Vraag achter de vraag
"De dissertation voor mijn MBA ging over kennismanagement. Mathieu Weggeman trad op als external en stelde voor een promotietraject in te gaan als vervolg op de MBA. Vervolgens ben ik begonnen met het DBA-programma van Business School Nederland. In de MBA werk je vanuit een vraag- en probleemstelling heel pragmatisch richting een oplossing. In de DBA ga je verder. Dan zoek je naar diepere lagen en de vraag achter de vraag. In mijn thesis heb ik onderzocht wat de aard is van de door inzet van interim-management bereikte duurzame veranderingen.
Rol als tijdelijk leidinggevende
Ik ben al jarenlang actief als interim manager. Ik doe dit beroep met passie en ben zo bijzonder geïnteresseerd geraakt in de rol die je als tijdelijk leidinggevende inneemt. En dan niet bekeken vanuit het perspectief van de interim manager, maar vanuit het zichtpunt van de opdrachtgever. Vreemd genoeg is hierover maar weinig onderzocht en beschreven.”
Borgingsvraagstuk
Ondanks het hoge aantal interim managers constateert Joop dat de theorie over dit vakgebied bijzonder gefragmenteerd is. De literatuur biedt daarnaast weinig concrete oplossingen voor de geschetste problematiek omtrent het borgen van resultaat. In Eindhoven verdween kennismanagement dan ook als thema naar de achtergrond en is hij zich gaan richten op dit borgingsvraagstuk.
Overdrachtswaarde
Het begrip borging is tijdens het onderzoek overigens niet overeind gebleven. Via duurzaamheid, ofwel de mate waarin voor een opdrachtgever de bereikte resultaten van waarde blijven, kwam hij uiteindelijk uit op overdrachtswaarde. Een interim opdracht wordt immers gekenmerkt door een vastgesteld tijdspad. Bij het aflopen daarvan zijn resultaten behaald, waar de opdrachtgever op voort moet kunnen borduren. Daarmee sluit overdrachtswaarde aan bij het tijdsgebonden karakter van interim management.
Wetenschappelijk proces
Het veranderen van inzicht en standpunt is kenmerkend voor het wetenschappelijke proces. “De grootste handicap bij het uitvoeren van het onderzoek is het feit dat je manager bent. Als manager ben je bezig met plannen, structureren, en het realiseren van doelstellingen. Als onderzoeker moet je jezelf ruimte gunnen. Om te denken, te praten, te verwerpen en opnieuw te accepteren. En afstand durven nemen. Letterlijk en figuurlijk. Alleen dan kun je het geheel overzien, de grotere verbanden leggen en tot vernieuwende conclusies komen.”
Afwijken van bestaande theorie
In het onderzoek heeft Joop acht interim-managementopdrachten intensief gevolgd en geanalyseerd. Drie onderzoeksvragen vormden hierbij het uitgangspunt. De uitkomsten zijn op verschillende vlakken in strijd met bestaande literatuur. Hierin wordt bijvoorbeeld beschreven dat een belangrijke functie van de interim-manager is dat hij bestaande structuren doorbreekt, oude problemen kan aanpakken en heilige huisjes afbreekt. Joop heeft vastgesteld dat een interim-manager juist moet passen binnen de organisatiecultuur van de opdrachtgever. Pas dan ontstaat het draagvlak dat nodig is voor een succesvol traject. Een ander punt waarop zijn onderzoek afwijkt van bestaande theorie is aansturing van het proces. Dit wordt niet gedaan door de interim-manager zelf, zoals eerder gesteld, maar juist door de opdrachtgever. Die stelt de koers vast en bepaalt wat gebeurt, en hoe.
Academische toetsing
De uitkomsten van het onderzoek van Joop Vorst leveren een belangwekkende bijdrage aan de wetenschap en een tegenwicht voor de eenzijdige benadering van interim-management in de bestaande managementliteratuur. Voor de academische toetsing van het onderzoek is het gebruikelijk dat verschillende wetenschappers hun licht laten schijnen over een proefschrift en hier kritische vragen over stellen. “Toen mijn stuk in mei klaar was, heeft mijn promotor het proefschrift onder de aandacht gebracht van onder meer Léon de Caluwé en Yvonne Burgers. Ik was onder de indruk van het aantal vragen dat zij stelden. Het zette mij aan het denken en bracht opnieuw boeiende discussies met mijn promotoren op gang. De visie en vragen van onder meer De Caluwé en Burgers hebben mijn blik verscherpt en geleid tot aanpassingen en een verbeterd proefschrift.
Erkentelijk
Ik ben de promotoren en co-promotor, en in het bijzonder Mathieu Weggeman, zeer erkentelijk voor hun rol. Hij heeft mij er op momenten echt doorheen gesleept. Als je zo intensief samenwerkt, leer je elkaar goed kennen. Promoveren is teamwerk. We hebben vele uren gepraat, gediscussieerd, inzichten uitgewisseld. Men zegt wel eens dat je op je promotor gaat lijken. Het verbaast me niets als dat in mijn geval ook een beetje gebeurd is.“
In het voorjaar van 2010 verschijnt het boek dat Joop Vorst op basis van zijn proefschrift schrijft.
Door: Judith Botman